Jarenlang gaf ik met veel plezier handarbeid op een basisschool. Ik knutselde me suf met de kinderen. Papier-maché, klei, hout, karton, wol en stof: bijna alles kwam voorbij.
De groepen waren altijd gemengd. Iets dat in mijn schooltijd wel anders was. Toen kregen wij als meisjes handwerken en leerden we breien en borduren. De jongens kregen houtbewerking en mochten timmeren en zagen. We keken dan jaloers toe als ze de klas in kwamen met hun kunstig uitgezaagde Disneyfiguren.
Ik ben blij dat er dingen verschoven zijn en nog steeds verschuiven. Niet eens zo heel lang geleden was het ondenkbaar dat jongens zonder gegiechel en ‘geplaag’ durfde te kiezen voor dat roze stuk karton. Nu halen de kinderen onderling hun schouders erover op. En terecht. Want hoe fijn is het dat je jezelf mag zijn.
Helaas merkte ik regelmatig op dat het stereotype denken ook bij mij erg hardnekkig was. Niet als het ging om de zogenaamde ‘jongensopdrachten’. Met veel enthousiasme introduceerde ik het knutselen van een stoer piratenvlot of een stevige figuurzaagopdracht. Maar als het ging over een ‘meidenopdracht’ zoals punniken of vingerhaken bekroop me toch altijd een onzeker gevoel. Gaan de jongens dit wel leuk vinden?
Meestal werden mijn twijfels snel de kop in gedrukt. Want na aanvankelijk wat gepruttel van, inderdaad een enkele jongen, zat vrijwel iedereen aan het einde van de les met de tong uit zijn mond te punniken.
‘Ik word er zo lekker rustig van, juf,’ zei dan de stoerste jongen van de klas.
Of een andere bink: ‘Ah… juf, gaan we volgende keer ook weer punniken?’
Ik had me dus druk gemaakt voor niks en bijna elk jaar werd het een hit. Overal, op het schoolplein, in de gang, thuis of onderweg werd er hartstochtelijk gepunnikt door de meisjes èn de jongens.
Maar uiteindelijk bleken die stereotypen toch hardnekkiger dan ik dacht. Terwijl de meiden gezellig babbelend in een hoekje bij de kachel verder punnikten, ontaarde het fanatisme bij de jongens onvermijdelijk in een zinderende wedstrijd. Onder luid tromgeroffel werden de gepunnikte slierten, net voor de bel, naast elkaar gelegd. Natuurlijk met de enige vraag die op dat moment voor hen gold: wie heeft de langste?