Lezers met een zwakke maag kunnen beter niet verder lezen. Ondanks deze waarschuwing ga ik dit blog toch schrijven. Speciaal voor alle mensen die nog een oppas zoeken voor hun huis en kat: wellicht iets om wat langer over na te denken.
Ik had dat, lang geleden, duidelijk niet gedaan toen ik hals over kop op vakantie ging. Ik was net de gelukkige bezitter van een leuke baan, een gezellig benedenhuisje in Amsterdam en jawel, ook een allerliefste kat: ‘Tijgertje’. Voor deze laatste moest natuurlijk een oplossing worden gevonden.
Geld voor een kattenpension had ik niet, maar, net student-af, had ik daarentegen contacten genoeg. En ja hoor, binnen een dag werd ik gebeld door een alleraardigste via-via-vriendin die op mijn huisje én Tijgertje wilde passen.
Ze was lief, betrouwbaar en relaxed. Héél relaxed.
‘Oh ja, en doe het kattenluikje dicht zodra je weg bent,’ raadde ik haar aan. ‘Je weet nooit wat er allemaal binnenkomt.’
‘No worries, komt goed.’
Na twee heerlijke weken Provence kwam ik thuis samen met mijn vriend. Ik was blij Tijgertje weer te zien. Meteen viel mij op dat ze een tikkeltje verwilderd uit haar ogen keek. Van mijn opvoeding bleek inderdaad niets over. Onbeschaamd sprong ze op streng verboden terrein: het aanrecht. Met een blik van ‘what the **** kom jij hier doen?’ staarde ze me aan.
Schouderophalend warmde ik twee pizza’s op en kropen we op het witte Berberkleed voor de tv. Ondanks de verrukkelijke pestogeur die het huis nu vulde snifte ik af en toe ongerust in het rond. Ik rook iets dat niet klopte.
De volgende morgen zat ik met een beschuitje op de bank het journaal te kijken toen ik iets wits zag bewegen tussen de wol van het Berberkleed. En nog iets naast het kleed. En iets in de buurt van mijn sok. Langzaam trok ik mijn voet op en staarde vol afschuw naar de wriemelende wormpjes.
Toen ik mijn freeze-reactie wist te doorbreken volgde ik het spoor en vond onder de bank een vogel die daar al zeker een week lag.
Omdat het kleed nog net niet zelf de voordeur uit wandelde hielp ik hem een handje. Ik opende het raam en kieperde het ding er in één beweging uit richting de vuilniszakken bij de stoeprand. Gewapend met rubberen handschoenen, schort en schoonmaakmiddelen ging ik in de kamer aan de slag. Ik zag nog net hoe een ‘gelukkige’ vinder mijn kleed op zijn fiets hees en wegreed.