Met mijn dochter hadden we afgesproken op een zonnig terras om gezellig bij te praten. Mijn concentratie was alleen niet optimaal. Die nacht had ik slecht geslapen na een hectische lesdag. Ik had vooral liggen piekeren over de stomme opmerking die ik eruit had geflapt, nadat een leerling niet deed wat ik wilde. Zou ik er op terugkomen, of juist niet?
Bij de eerste happen van mijn favoriete geitenkaassalade leef ik wat op. Maar het drukke plein, waar mijn man en dochter met hun rug naar toe zitten en waar ik als enige uitzicht op heb, leidt me enorm af. Vooral de twee schilders die bezig zijn met het huis aan de overkant. Als Buurman en Buurman staan ze op de steiger te rommelen met een pot witte grondverf voor de kozijnen. En dan gaat het inderdaad, volgens het vaste script, mis. De hele pot kleddert in zijn geheel tegen de bruine bakstenen muur en druipt hopeloos naar beneden.
Demonstratief gooi ik mijn servet op tafel.
‘Sorry, jongens. Er gebeurt hier van alles.’
Mijn man en dochter draaien zich om en ook zij raken verstrikt in de live show van Buurman en Buurman. We zien hoe de twee met een enorme rol tissues tevergeefs de verf uit de poreuze bakstenen proberen te poetsen. De vlek wordt groter en groter. Hun gebaren verraden hun koortsachtige overleg.
Op de gevel van het huis is de vlek nog altijd zichtbaar. Ondanks de agressieve reiniger die Buurman en Buurman in een winkel verderop kochten. Als we er langs rijden denk ik ook altijd terug aan dat ene akkefietje met die leerling. Onder het mom van ‘niet wrijven in een vlek’ had ik het er bij gelaten en hem slechts een extra aai over zijn bol gegeven. Inmiddels hebben we al weer de grootste lol gehad. Maar dan besef ik dat ik in mijn vak en op dit punt makkelijk praten heb.