Sam kijkt naar het geborrel en gesis dat uit de theepot komt.
Zou dat komen omdat ze vijf tovermixen bij elkaar heeft gegooid misschien?
Grote en kleine luchtbellen vliegen in het rond.
Langzaam wordt het bruisen minder en stopt het.
Ze buigt zich over de theepot.
De thee ziet er uit alsof er niets mee aan de hand is.
‘Dan zal het wel goed zijn,’ mompelt ze.
Ze schenkt twee mokken in en zet die van Edje met een bons naast hem neer.
Die schrikt wakker.
Lapje, die op zijn schoot lag, springt weg.
‘Alsjeblieft Edje, een heerlijk kopje thee. Goed tegen de buikpijn en een
ochtendhumeur.’
‘Ik heb geen ochtendhumeur!’ roept Edje boos.
De thee ruikt en smaakt lekker zoet.
En dus drinken ze de mok achter elkaar leeg.
‘Sna droep sieflats,’ zegt Sam plotseling.
Verbaasd grijpt ze naar haar mond.
Wat een gekke woorden kraamt ze uit.
Het lijkt wel of ze een heel andere taal spreekt.
Edje knikt.
Hij snapt meteen wat Sam bedoelt.
‘Klabos notseflets,’ antwoordt hij.
Hij moet een beetje giechelen.
Want ook bij hem komen de woorden er heel raar uit.
Sam schudt haar hoofd.
‘Snotsel hatseklats?’
Ineens liggen ze allebei dubbel van het lachen.
Pollie wordt er weer wakker van.
‘Wat is dit allemaal?’
Sam haalt haar schouders op.
Ze kan er echt niets aan doen dat ze zo gek praat.
‘Kladiederatsjeflats,’ zegt Sam.
En Edje giechelt:
‘Flotsiederaatjes en jandrietes.’
Pollie springt uit bed en zet haar handen in haar zij.
‘Hou op met die onzin!’
Sam ziet het rode hoofd van Pollie.
Ze grist de voetbal van de grond en wenkt Edje.
‘Sip sopper die floppen?’
Sam staat al bij de deur.
‘Okie droepeledokie.’
Vrolijk huppelt Edje achter Sam aan naar buiten.
Dan wordt het eindelijk stil in het huisje.
Pollie zucht.
‘Nou, Lapje,’ moppert ze, ‘die druktemakers zijn eindelijk weg.’
Lapje rekt zich uit en rolt zich op in de stoel.
In de keuken maakt Pollie een boterhammetje met jam klaar.
Met haar bordje sloft ze naar de tafel voor het raam.
Eerst even rustig wakker worden.
Ze geeuwt en schenkt een kopje thee in.
Buiten hoort ze gegiechel.
Ze gluurt door de ramen, maar het glas is erg vies.
‘Die moeten nodig eens worden gezeemd.’
Met de mouw van haar pyjama veegt ze een stukje schoon.
Ze ziet Sam en Edje met de bal over het gras ravotten.
Om de drie tellen rollebollen ze over de grond van het lachen.
Ze is blij dat die twee naar buiten zijn.
Pollie snuffelt aan de thee.
Mmm… wat ruikt die lekker!
Net als ze een slok wil nemen klinkt er een oorverdovend gerinkel.
Scherven vliegen door de lucht.
De voetbal van Sam landt midden op tafel.
De mok, het ontbijtje en de theepot vallen in stukjes op de grond.
Weer vlucht Lapje weg.
‘Sam en Edje!’ gilt Pollie.
Boos staart ze naar de puinhoop.
Sam rent het huisje in.
‘Oeps, ik denk dat er iets is misgegaan, Pollie.’
Alle gekke woorden van daarnet zijn zomaar verdwenen.
Pollie drukt de bezem in de handen van Sam.
‘Hier, je mag het zelf op gaan ruimen!’
Sam begint met vegen.
Ineens staat ze stil.
Ze hoort hetzelfde gesis en geborrel als eerst.
Tussen de scherfjes begint de thee opnieuw te bruisen en te schuimen.
Grote en kleine luchtbellen stijgen op en zweven door het huisje.
Eerst heel zacht en geluidloos, daarna sneller en sneller.
Zo snel dat het lijkt te stormen in het kleine heksenhuisje.
De wind giert, de gordijnen wapperen en de deur klappert.
De scherven op de grond rinkelen en trillen.
Wat een lawaai!
En dan… gebeurt er iets heel bijzonders.
Wordt vervolgd!