Sam kneedt het allerlaatste pepernootje.
‘Klaar!’
Het bakblik ligt vol grote en kleine bolletjes.
De kleintjes zijn gemaakt door Pollie en Sam.
Ik schuif ze de warme oven in.
Ondertussen staat Pollie Barbie-kleertjes te passen.
Ze is dolgelukkig.
En ze mag van mij alles houden wat ze leuk vindt.
‘Zo ben ik toch aan het shoppen, Sam.’
Sam hoort haar niet.
Die zit voor de televisie.
Dat is iets wat ze in hun kleine huisje niet hebben.
Toevallig is er een spannende voetbalwedstrijd.
Ze zit op het puntje van de enorme zitbank.
Zo kan ze het nog beter zien.
Bij elk doelpunt juicht en joelt ze.
Dit moet ze Edje vertellen!
Na een half uur haal ik de pepernoten uit de oven.
Ze zijn goed gelukt.
Ik stop de kleintjes voor Pollie en Sam in een oude knikkerzak.
Buiten wordt het al schemerig.
Het is de hoogste tijd voor de heksjes om naar huis te gaan.
‘Ga je met de pepernoten nieuwe Grote-mensen-thee maken, Sam?’ vraag ik.
Lachend wijst Pollie op haar stapel nieuwe kleren.
‘Voor mij hoeft het niet meer, ik heb al geshopt!’
Sam propt een handje pepernoten in haar mond.
‘Ik denk,’ mompelt ze, ‘dat ze vanavond al op zijn.’
Dan kijkt ze ons met grote ogen aan.
‘Maar weet je wat ik wel ga doen?
Ik ga morgen een potje voetballen met Edje.
Door al dat gedoe met die tovermix, heb ik dat al lang niet gedaan.’
Van twee waxinelichtjes en ijzerdraad maak ik twee lantaarntjes.
‘Voor als het straks donker is in het bos,’ zeg ik.
We binden de kleertjes en pepernoten achterop de bezemsteeltjes vast.
Pollie en Sam moeten eerst oefenen.
Want een lampionnetje vasthouden tijdens het vliegen is best lastig.
Toch lukt het aardig.
Ze hebben alleen geen hand over om te zwaaien.
‘We komen gauw terug!’ roept Pollie.
Sam vliegt een extra rondje langs het raam.
‘En dan neem ik Edje mee om voetbal te komen kijken.’
Ik moet lachen.
‘Dat lijkt me reuze gezellig!’
De volle maan verlicht het landschap waar de heksjes vliegen.
Eenmaal in het bos is het aardedonker.
De lampionnetjes komen hier goed van pas.
Heel ver weg klinkt de roep van een uil.
In de struiken ritselt een egeltje dat naar eten zoekt.
De heksjes zijn niet bang.
Ze kennen het bos goed.
Toch gaat het mis.
Sam vergeet heel even dat ze pepernoten achterop heeft.
Handig duikt ze onder een tak door, zoals ze dat altijd doet.
Boem!
Met een grote bons en een kraak zit ze opeens vast.
Haar zak blijft steken tussen een dennenappel en een tak.
‘Help, Pollie!’
Sam probeert van alles, maar komt geen steek vooruit.
In de verte ziet ze het lichtje van Pollie verder zweven.
Opnieuw zet Sam zich af.
Ze probeert het nog eens en nog eens.
Eindelijk schiet ze los.
Het gaat alleen zo snel, dat ze tien takken naar beneden tuimelt.
Ze maakt een gekke duik en een rare bocht.
De wind suist langs haar oren.
Het lampionnetje slingert alle kanten op.
Het vlammetje flakkert.
Dan dooft het.
Een tak schuurt langs haar wang.
‘Au!’
Boem.
Kraak.
PLOF!
Heel stil is het ineens en aardedonker.
Overal voelt Sam blaadjes, dennennaalden en mos.
Geschrokken krabbelt ze op en knippert met haar ogen.
Ze ziet helemaal niets.
Hoe vindt ze nu de weg naar hun huisje?
Dan haalt ze opgelucht adem.
In de verte brandt plotseling een lichtje.
Het is Pollie die thuis komt en het lampje aan knipt!
Gelukkig, zo weet ze precies waar ze heen moet.